WAAROM KLINKT AUTO-BIAS ZO OPMERKELIJK GOED? |
|
|
Ik weet wel dat ik de auto-bias unit zelf heb uitgevonden en dat Guido Tent er een prachtige universele unit van heeft gemaakt. Natuurlijk snapt iedereen dat ik en Guido zoveel mogelijk van deze units willen verkopen. Dus zou men kunnen denken dat deze tekst alleen voor reclamedoeleinden geschreven wordt.
Onderstaand schema geeft de schakeling van de UL40-S2 rondom de oude schakeling van de bias van de eindbuizen. De kathodes van beide eindbuizen zijn aangesloten op een gezamenlijke weerstand Rc = 220 Ohm naar aarde met parallel daaraan een elco Cc = 1000 uF. De ruststromen door de twee eindbuizen veroorzaken een spanning over deze Rc//Cc combinatie en dat zorgt voor de automatische instelling van het werkpunt van de eindbuizen. Enig verschil tussen B2 en B3 wordt opgevangen door P4, die een deel van de spanning over Rc//Cc naar de stuurroosters regelbaar maakt, waardoor in rust de beide ruststromen door de eindbuizen exact gelijk ingesteld kunnen worden. Klik schema voor vergroting. Als de uitsturing van de eindbuizen vergroot wordt, neemt de gemiddelde stroom door de eindbuizen toe en de spanning over Rc//Cc neemt (door Cc vertraagd) ook toe. Daardoor wordt bij hogere uitsturing de ruststroom instelling van de eindbuizen anders. Het instelpunt hangt dus af van het signaalniveau, van de mate van uitsturing. Hoe groter de uitsturing wordt, des te meer de ruststromen afgeknepen worden.
Heel anders wordt de situatie als de nieuwe auto-bias unit van Guido en mij wordt toegepast. Deze meet per eindbuis de ruststroom in een smal venster rondom de gewenste ruststroom en trekt zich niets aan van het uitsturingsniveau van de eindbuizen. Of de versterker in klasse A of AB staat te spelen, of de eindbuizen zijn onderling ongelijk, de ruststromen worden rotsvast gestabiliseerd op de ingestelde waarde en driften niet weg. Daardoor treedt er nu geen DC-magnetisatie van de kern op. Ook dit is weer eenvoudig meetbaar met de 50 Hz sinusspanning. Deze blijft dan onvervormd, mits men natuurlijk de AC-balans met P3 correct heeft ingesteld (hierover later meer).
Dit verklaart precies waarom de basweergave van de UL40-S2 duidelijk waarneembaar strakker is geworden. De hiervoor beschreven vervorming in de lage frequenties (vooral daar is uitgangstrafo gevoelig voor DC-magnetisatie) is nu afwezig en de bastonen klinken nu onaangetast schoon. Maar er is nog meer aan de hand.
In mijn AES-paper 7125 (zie de sectie "Publicaties") bericht ik over een conflict dat in de uitgangstrafo ontstaat als microdetails moeten worden weergegeven. De vermogens en spanningen van die microdetails zijn zo klein dat ze nauwelijks de magnetische domeinen (gebiedjes van Weiss met hun Bloch-wanden) in beweging kunnen brengen. Bij zulke geringe signaalniveaus stort de beweeglijkheid van de magnetische gebiedjes (= magnetische permeabiliteit) in. Het resultaat is dat de kleine signaaltjes nauwelijks meer door de uitgangstrafo heen kunnen komen; ze verschijnen dan extra verzwakt bij de luidsprekerklemmen. Afhankelijk van de ingestelde luidheid en het rendement van de gebruikte luidspreker en de luisterafstand kunnen de microdetails juist onder de ondergrens van ons gehoor (threshold of hearing) vallen en worden ze niet meer waargenomen.
Wat blijkt: onder een bepaalde uitgangsspanning neemt de versterking af, zoals door mij voorspeld in mijn paper. Maar er blijkt nog iets: als we de berekende en gemeten versterking met elkaar vergelijken, dan is de gemeten versterking een factor 10 naar rechts verschoven. Dus in de praktijk treedt de voorspelde verzwakking al bij hogere uitgangsspanningen op dan was berekend. Wat is daarvan de oorzaak? Deze bleek te liggen in de ongelijkheid van de ruststromen door de eindbuizen. Bij de meting van Lukasz verschilden die ongeveer 0,3 mA, een gering verschil, maar toch al voldoende om enige DC-magnetisatie in de kern op te wekken. Zelfs deze geringe magnetisatie is al voldoende om de permeabiliteit van de kern extra te verlagen en daarmee de versterking extra te laten afnemen.
Met bovenstaande verklaringen heb ik kunnen uitleggen en meten waarom de basweergave schoner is geworden en waarom de microdetails beter worden gehoord als de nieuwe auto-bias unit wordt toegepast.
Ik adviseer om de ruststromen van de 6550 eindbuizen in te stellen op 80 mA. Hierbij bedraagt de hoogspanningsvoeding Vo = 355 V, dus de anode dissipatie wordt dan Pa = 355 * 0,08 = 28,4 W en dat ligt voldoende onder de Pa,max-waarde van 40W zodat de buizen een redelijk lang leven beschoren is. Metingen tonen aan dat dan de versterker over nagenoeg zijn gehele vermogensbereik in klasse A werkt. Opnieuw bevordert dit een optimale geluidsweergave omdat nu de dynamische dempingsfactor vervorming (DDFD) wordt geminimaliseerd.
De lezers van mijn website hebben de afgelopen maand kunnen merken dat ik fiks met de UL40-S2 bezig ben geweest. Het bleek zinvol te zijn om alles nog eens helemaal na te lopen en om nieuwe inzichten toe te passen. Het eindresultaat is dat de UL40-S2 in ST-mode met de auto-bias unit een overduidelijke verbeterde geluidsweergave realiseert. Dat is prachtig, maar wat ik er persoonlijk ook heel bevredigend vind, is dat ik precies kan verklaren waarom die verbeteringen zijn opgetreden. Objectiviteit en subjectiviteit beginnen naar elkaar toe te kruipen en daar ben ik heel blij mee. Ik wens ieder veel luistergenot.
|